pekel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • pe·kel

Werkwoord

vervoeging van
pekelen

pekel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pekelen
    Ik pekel.
  2. gebiedende wijs van pekelen
    Pekel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pekelen
    Pekel je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen