peilen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: pijlen

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
peilen peilend
peiling gepeild
- peilbaar
Uitspraak
Woordafbreking
  • pei·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
peilen
peilde
gepeild
zwak -d volledig

Werkwoord

peilen

  1. (overgankelijk), (scheepvaart) de waterdiepte bepalen
    En de stuurman van dat schip
    deed anders niet dan peilen
    omdat hij was bevâen
    dat zijn scheepje zou vergaan.[1]
  2. (overgankelijk), (figuurlijk) onderzoeken wat mensen vinden of voelen
    In het laatste opinieonderzoek werd dat niet gepeild.
Gelijkklinkende woorden
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

peilen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord peil
Verwijzingen
  1. Lied van de Lutine