patroon

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·troon
1. en 2. enkelvoud meervoud
naamwoord patroon patronen
verkleinwoord patroontje patroontjes
3. enkelvoud meervoud
naamwoord patroon patroons
verkleinwoord patroontje patroontjes

Zelfstandig naamwoord

patroon

  1. o: munitie voor een vuurwapen (cartouche, cartridge)
    De patronen waren op, dus gaf de dief zich over.
  2. o: tekening die als basis dient om meerdere dezelfde eindproducten te maken, sjabloon, template
    Voordat je een jurk maakt, teken je meestal eerst het patroon.
  3. m: baas, chef, overste
  4. beschermheer, beschermheilige, schutspatroon
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen