patiënt
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /pɑˈsʲɛnt/
Woordafbreking
- pa·ti·ent
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | patiënt | patiënten |
| verkleinwoord | patiëntje | patiëntjes |
Zelfstandig naamwoord
patiënt m
- (medisch) iemand die medische hulp krijgt
- Als patiënt ben ik zeer tevreden over mijn arts.
Verwante begrippen
- mannelijke vorm van patiënte
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
iemand die medische hulp krijgt
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.