partijdig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- par·tij·dig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | partijdig | partijdiger | meest partijdig |
| verbogen | partijdige | partijdigere | meest partijdige |
Bijvoeglijk naamwoord
partijdig
- bij een bepaalde stelling of kant aansluiten , iemand of iets bevoordelen
- Die scheidsrechter is partijdig !
Antoniemen
bij een bepaalde stelling of kant aansluiten