parotitis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·ro·ti·tis
enkelvoud meervoud
naamwoord parotitis -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

parotitis

  1. (medisch) bof, ontsteking van de parotis (speekselklier in mond)
Vertalingen