pariteit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·ri·teit
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van Grieks pares (gelijk aan) met het achtervoegsel -iteit
enkelvoud meervoud
naamwoord pariteit pariteiten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

pariteit v

  1. gelijkheid
  2. (wiskunde) de rest van een natuurlijk getal bij deling door twee
    in de (informatica) wordt de parititeit van een digitale code soms berekend en opgeslagen in een extra z.g. pariteitsbit voor controle op de integriteit van de gegevens
  3. (natuurkunde) het symmetriegedrag wanneer de coördinaten x,y,z geïnverteerd worden naar -x,-y,-z
    Een pion heeft een negatieve pariteit.
  4. (biologie) het aantal malen dat een vrouw or vrouwtjesdier nageslacht heeft voortgebracht
  5. (juridisch) gelijkgerechtigdheid
  6. (economie) de vaste waardeverhouding van een munteenheid ten opzichte van andere valuta
  7. (economie) overeenstemming van de koerswaarde van effecten met hun nominale waarde
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie