paradigma

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·ra·dig·ma
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord paradigma paradigma's, paradigmata
verkleinwoord paradigmaatje paradigmaatjes

Zelfstandig naamwoord

paradigma o

  1. model, voorbeeld
    Als paradigma kan dienen...
  2. (taalkunde) een reeks van verbogen of vervoegde vormen, allemaal met hetzelfde grondwoord
    Het volledige paradigma van het werkwoord.
  3. (wetenschap) een samenhangend geheel van theorieën en modellen
    De evolutietheorie is ingebed in een wetenschappelijk paradigma.
  4. (sociologie) (psychologie) constellatie van overtuigingen, waarden en handelwijzen die door de leden van een bepaalde samenleving worden gedeeld


Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen