paradigma
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pa·ra·dig·ma
Woordherkomst en -opbouw
- Via het Laatlatijn van het Oudgriekse παράδειγμα
- afgeleid van het Oudgriekse δειγμα 'deiknumi' (ik laat zien) met het voorvoegsel para- [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | paradigma | paradigma's, paradigmata |
| verkleinwoord | paradigmaatje | paradigmaatjes |
Zelfstandig naamwoord
paradigma o
- model, voorbeeld
- Als paradigma kan dienen...
- (taalkunde) een reeks van verbogen of vervoegde vormen, allemaal met hetzelfde grondwoord
- Het volledige paradigma van het werkwoord.
- (wetenschap) een samenhangend geheel van theorieën en modellen
- De evolutietheorie is ingebed in een wetenschappelijk paradigma.
- (sociologie) (psychologie) constellatie van overtuigingen, waarden en handelwijzen die door de leden van een bepaalde samenleving worden gedeeld
Synoniemen
- [1] model, voorbeeld
- [2] buigingsparadigma, woordparadigma
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.