panorama
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pa·no·ra·ma
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Griekse παν (pan) = alles en ὁραμα (horama) = schouwspel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | panorama | panorama's |
| verkleinwoord | panoramaatje | panoramaatjes |
Zelfstandig naamwoord
panorama o
- een vergezicht.
- Vanaf de bergtop hadden we een prachtig panorama over de omliggende dalen.
- een cilindervormig schilderij dat een stuk landschap of een tafereel in zijn geheel voorstelt, waarbij de toeschouwer midden in de cilinder staat.
- Panorama Mesdag is een cilindervormig schilderij van ongeveer 14 meter hoog en met een omtrek van 120 meter.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Spaans
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| panorama | panoramas |
Zelfstandig naamwoord
panorama m