pannenkoek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een pannenkoek.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pan·nen·koek
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van pan en koek met het invoegsel -en- en regel 2.B[1].
enkelvoud meervoud
naamwoord pannenkoek pannenkoeken
verkleinwoord pannenkoekje pannenkoekjes

Zelfstandig naamwoord

pannenkoek m

  1. (voeding) een platte, ronde koek die in een pan gebakken is
    Veel mensen vinden pannenkoeken heerlijk.
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. [1] Taalunieversum » leidraad » verdubbeling van medeklinkers