overwogen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·wo·gen

Werkwoord

vervoeging van
overwegen

overwogen

  1. meervoud verleden tijd van overwegen
    Wij overwogen.
    Jullie overwogen.
    Zij overwogen.
  2. voltooid deelwoord van overwegen