overweldigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·wel·di·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overweldigen
overweldigde
overweldigd
zwak -d volledig

Werkwoord

overweldigen

  1. (overgankelijk) met geweld onderwerpen
    De bandieten overweldigden de nietsvermoedende man.