overtreding
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- over·tre·ding
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van overtreden met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | overtreding | overtredingen |
| verkleinwoord | overtredinkje | overtredinkjes |
Zelfstandig naamwoord
overtreding v
- (juridisch) een relatief licht strafbaar feit (Nederlands recht)
- Hij kreeg een bekeuring voor zijn overtreding.
- (juridisch) een politiestraf uitgesproken door de Politierechtbank (Belgisch recht)
- (sport) het zich niet houden aan een spelregel
Vertalingen
1. een relatief licht strafbaar feit
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.