overtreden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
overtreden overtredend
overtreding
overtreder
Woordafbreking
  • over·tre·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overtreden
overtrad
overtreden
klasse 5 volledig

Werkwoord

overtreden

  1. (overgankelijk) bepaalde denkbeeldige of daadwerkelijke lijnen te buiten gaan
    Hij overtrad daarmee onbedoeld een wet.
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen