overschrijden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- over·schrij·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| overschrijden |
overschreed |
overschreden |
| klasse 1 | volledig | |
Werkwoord
overschrijden
- (overgankelijk) de overzijde van een grens betreden
- Het begrote bedrag werd net niet overschreden.