overrompeling
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- over·rom·pe·ling
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van overrompelen met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | overrompeling | overrompelingen |
| verkleinwoord | overrompelingetje | overrompelingetjes |
Zelfstandig naamwoord
overrompeling v
- een plotselinge gebeurtenis waar men niet op voorbereid was
- De overrompeling van het Spaanse garnizoen op Slot Loevestein door Herman de Ruiter [vond plaats in] december 1570. [1]