overmeesteren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- over·mees·te·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| overmeesteren |
overmeesterde |
overmeesterd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
overmeesteren
- (overgankelijk) een gevecht van iemand winnen
- Zij overmeesterden snel de wachters en rukten op naar het hoofdkwartier.