overloper
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- over·lo·per
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | overloper | overlopers |
| verkleinwoord | overlopertje | overlopertjes |
Zelfstandig naamwoord
overloper m
- (militair) iemand die overloopt (naar de vijand)
- buis voor het afvoeren van overlopend of overtollig water, een overloop