overleggen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- over·leg·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| overleggen |
overlegde |
overlegd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
(niet scheidbaar)
overléggen
- gezamenlijk bespreken
- Er moest druk worden overlegd om de zaken niet te laten escaleren.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| overleggen |
legde over |
overgelegd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
(scheidbaar)
óverleggen
- ter inzage geven van documenten aan bevoegde personen
- Hij was de gegevens, die bij de aanvraag moeten worden overgelegd, vergeten mee te nemen.