overleggen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • over·leg·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overleggen
overlegde
overlegd
zwak -d volledig

Werkwoord

(niet scheidbaar)
overléggen

  1. gezamenlijk bespreken
    Er moest druk worden overlegd om de zaken niet te laten escaleren.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overleggen
legde over
overgelegd
zwak -d volledig

Werkwoord

(scheidbaar)
óverleggen

  1. ter inzage geven van documenten aan bevoegde personen
    Hij was de gegevens, die bij de aanvraag moeten worden overgelegd, vergeten mee te nemen.