overlappen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Twee elkaar overlappende cirkels in een venndiagram.

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • over·lap·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overlappen
overlapte
overlapt
zwak -t volledig

Werkwoord

overláppen

  1. (overgankelijk) iets gedeeltelijk van twee zijden met een laag bedekken
    Ik overlap de randen van de geverfd[e] strepen aan beide kanten met 1 cm, zodat je de lelijke randen ook niet meer ziet.
  2. (wederkerig) elkaar ~ gedeeltelijk van twee zijden laagsgewijs bedekken
    In een venndiagram overlappen twee of meer figuren elkaar om de doorsnede van twee verzamelingen aan te geven.

Zelfstandig naamwoord

óverlappen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord overlap
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen