overladen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- over·la·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| overladen |
overlaadde |
overladen |
| gemengd | volledig | |
Werkwoord
overláden
- (overgankelijk) een overmaat doen belanden op iemand, gewoonlijk in overdrachtelijke zin
- Het publiek overlaadde de zanger met gejuich en applaus.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| overladen |
laadde over |
overgeladen |
| gemengd | volledig | |
Werkwoord
óverladen
- (overgankelijk) een lading vanuit het ene voer- of vaartuig in het andere brengen
- In Rotterdam wordt veel vracht van de zeevaart overgeladen op de binnenvaart.