overkom
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- over·kom
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| overkomen |
overkóm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overkomen
- Ik overkóm.
- gebiedende wijs van overkomen
- Overkóm!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overkomen
- Overkóm je?
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| overkomen |
óverkom
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overkomen
- ... dat ik óverkom.