overig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ove·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van over met het achtervoegsel -ig.
stellend
onverbogen overig
verbogen overige

Bijvoeglijk naamwoord

overig

  1. overblijvende (datgene van het geheel wat nog overblijft buiten het eerdergenoemde)
    De drie marktleiders hebben de prijzen verhoogd. De overige bedrijven zullen deze prijsverhoging wel volgen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen