overduidelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·dui·de·lijk
stellend
onverbogen overduidelijk
verbogen overduidelijke

Bijvoeglijk naamwoord

overduidelijk

  1. overtollig in duidelijkheid
    Daarmee was het overduidelijk geworden dat hij onschuldig was.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen