overdonderen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- over·don·de·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| overdonderen |
overdonderde |
overdonderd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
overdonderen
- (overgankelijk) verbluffen
- Het nieuws overdonderde de menigte.