overbrengen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
overbrengen overbrengend
overbrenging overgebracht
Woordafbreking
  • over·bren·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overbrengen
bracht over
overgebracht
zwak -cht volledig

Werkwoord

overbrengen

  1. (overgankelijk) van de ene locatie naar de andere brengen
    Een aantal gewonden werden naar een ander hospitaal overgebracht.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen