overboord

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·boord

Bijwoord

overboord

  1. (scheepvaart) het schip uit, het water in
    Na de enorme golf bleken er twee man overboord te zijn.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen