ouderdom
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ou·der·dom
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ouderdom | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
ouderdom
- tijd gedurende welke iets bestaat, leeftijd
- een veelal hoge leeftijd
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1.
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.