oud
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- oud
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | oud | ouder | oudst |
| verbogen | oude | oudere | oudste |
| partitief | ouds | ouders | - |
Bijvoeglijk naamwoord
oud
- (van mensen) van hoge leeftijd.
- (van voorwerpen) al lange tijd bestaand, versleten.
- Die stoel is al heel oud, hij is nog van mijn grootvader geweest.
- de vorige.
- Mijn oude fiets heb ik doorverkocht.
Vertalingen
1. oud mens, dier
2. oud ding, concept
3. vorige
|
|