osteoporose

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • os·teo·po·ro·se
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van het Griekse ὀστέον (bot) en het Latijnse porosus (poreus).
enkelvoud meervoud
naamwoord osteoporose -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

osteoporose v

  1. (medisch) botontkalking
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen