orthopedist
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- or·tho·pe·dist
Woordherkomst en -opbouw
- Een tatsam-afleiding van Oudgrieks ὀρθός en παιδεία. Nicholas Andry voerde in 1741 het woord "Orthopaedia" in, afgeleid van orthos ("correct", "rechtop") en paideia ("opvoeden" gewoonlijk van een kind), met de publicatie van Orthopaedia: or the Art of Correcting and Preventing Deformities in Children. (met het voorvoegsel ortho-)
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | orthopedist | orthopedisten |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
orthopedist m
- (beroep) (medisch) een medisch specialist die zich bezig houdt met de orthopedie, het recht doen groeien en goed doen functioneren van alle delen van het skelet
- Nu Michel zo in de groei is en zo raar loopt moeten we maar eens naar de orthopedist.
Verwante begrippen
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.