orthodox
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- or·tho·dox
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Oudgriekse ὀρθόδοξος
- afgeleid van het Oudgriekse δοξος 'dóxa' (begrip, mening, oordeel) met het voorvoegsel ortho- [1]
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | orthodox |
| verbogen | orthodoxe |
Bijvoeglijk naamwoord
orthodox
- (religie) star vasthoudend aan een bepaald geloof
- Orthodoxe christenen.
- star vasthoudend aan bepaalde opvattingen of gewoontes die algemeen zijn aanvaard
- Een orthodoxe manier van werken.
Antoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
- grieks-orthodox, koptisch-orthodox, oosters-orthodox, panorthodox, russisch-orthodox, syrisch-orthodox, ultraorthodox
Afgeleide begrippen
- orthodox-communistisch, orthodox-christelijk, orthodox-gereformeerd, orthodox-joods, orthodox-protestants, orthodox-religieus, orthodoxchristelijk
Vertalingen
1. star vasthoudend aan een bepaald geloof
2. star vasthoudend aan bepaalde opvattingen of gewoontes die algemeen zijn aanvaard
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.