origineel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ori·gi·neel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | origineel | originelen |
| verkleinwoord | origineeltje | origineeltjes |
Zelfstandig naamwoord
origineel o
- een voorwerp dat is gemaakt door de eerste en oorspronkelijke maker
- De kopie van het schilderij was bijna niet van het origineel te onderscheiden.
Verwante begrippen
Vertalingen
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | origineel | origineler | origineelst |
| verbogen | originele | originelere | origineelste |
Bijvoeglijk naamwoord
origineel
- enige of zeer zeldzaam in zijn soort
- De originele act werd opgemerkt door een aantal bekende tv-makers.
- gemaakt door de eerste en oorspronkelijke maker
- Het originele schilderij werd voor veel geld verkocht aan het museum.