organisator

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • or·ga·ni·sa·tor
enkelvoud meervoud
naamwoord organisator organisatoren, organisators
verkleinwoord organisatortje organisatortjes

Zelfstandig naamwoord

organisator m

  1. iemand die organiseert of die organisatietalent heeft
  2. (scheikunde) een stof die een aminozuurketen vormt
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen