organisator
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- or·ga·ni·sa·tor
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | organisator | organisatoren, organisators |
| verkleinwoord | organisatortje | organisatortjes |
Zelfstandig naamwoord
organisator m
- iemand die organiseert of die organisatietalent heeft
- (scheikunde) een stof die een aminozuurketen vormt
Vertalingen
- Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
1.