ordinateur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • or·di·na·teur
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  ordinateur     l'ordinateur     ordinateurs     les ordinateurs  

Zelfstandig naamwoord

ordinateur m

  1. computer m
    Il a un ordinateur. - Hij heeft een computer.