opzichtig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·zich·tig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen opzichtig opzichtiger opzichtigst
verbogen opzichtige opzichtigere opzichtigste

Bijvoeglijk naamwoord

opzichtig

  1. bedoeld om in het oog te vallen, vaak op banale wijze
    Ze draagt soms de opzichtigste kleren.
Vertalingen