opvoeden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·voe·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opvoeden
voedde op
opgevoed
zwak -d volledig

Werkwoord

opvoeden

  1. (overgankelijk) het vormen van een onvolwassene naar de normen en waarden van een samenleving
    De ouders trachtten wanhopig hun pleegkind op te voeden.