opvoeden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·voe·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| opvoeden |
voedde op |
opgevoed |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
opvoeden
- (overgankelijk) het vormen van een onvolwassene naar de normen en waarden van een samenleving
- De ouders trachtten wanhopig hun pleegkind op te voeden.