opticien
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·ti·cien
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | opticien | opticiens |
| verkleinwoord | opticientje | opticientjes |
Zelfstandig naamwoord
opticien m
- (beroep) iemand die kundig is in de optica
Vertalingen
1. iemand die kundig is in de optica
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.