opstijgen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·stij·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opstijgen
steeg op
opgestegen
klasse 1 volledig

Werkwoord

opstijgen

  1. (ergatief) in de lucht omhooggaan
    Het vliegtuig vol toeristen steeg op na het taxiën.
    Het Amerikaanse ruimteveer Endeavour steeg op 5 juni 2002 op.
  2. (ergatief) te paard stijgen
    Na te zijn opgestegen, spoorde de ruiter zijn paard aan te galopperen.
Antoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen