opstel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·stel
enkelvoud meervoud
naamwoord opstel opstellen
verkleinwoord opstelletje opstelletjes

Zelfstandig naamwoord

opstel o

  1. een korte en schriftelijke beschouwing van iets
    Van die toneelvoorstelling moet ik een opstel schrijven.
  2. (onderwijs) een oefening in het onderwijs waarin een opgegeven of gekozen onderwerp volledig behandeld wordt
    Het huiswerk voor morgen is een opstel schrijven over kauwgomgebruik in de school.

Werkwoord

vervoeging van
opstellen

opstel

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opstellen
    ... dat ik opstel.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen