opspringen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·sprin·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| opspringen |
sprong op |
opgesprongen |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
opspringen
- in de hoogte springen
- Hij sprong op van vreugde toen hij hoorde dat hij de lottoprijs van 14 miljoen euro gewonnen had.