opschieten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: opschieten (hulp, bestand)
Woordafbreking
- op·schie·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| opschieten |
schoot op |
opgeschoten |
| klasse 2 | volledig | |
Werkwoord
opschieten
- haast maken
- (ergatief) vorderingen maken
- We zijn niet erg opgeschoten.
- (overgankelijk) (scheepvaart) een touw of kabel oprollen