oprollen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈɔprɔlə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈɔprɔlə(n)/
Woordafbreking
- op·rol·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| oprollen |
rolde op |
opgerold |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
oprollen
- (wederkerend) zich ~, tot een rol vormen
- Hij rolde zich in een hoekje lekker op.
- (overgankelijk) ergens een rol van maken
- Hij rolde de slaapzak op.
- Dat hij het touw óprolde is nooit het probleem geweest.
- (overgankelijk) een (semi-)georganiseerde groep arresteren
- Er is vandaag een compleet mensensmokkelaarsnetwerk opgerold.
Antoniemen
- [1, 2] ontrollen, uiteenrollen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- [3] Een bende oprollen.
Vertalingen
1. zich ~, tot een rol vormen
2. ergens een rol van maken
3. een (semi-)georganiseerde groep arresteren