oproep
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·roep
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | oproep | oproepen |
| verkleinwoord | oproepje | oproepjes |
Zelfstandig naamwoord
oproep m
- een dringende vraag om iets te doen
- Als de ambulancedienst een oproep krijgt, moet zij snel reageren.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| oproepen |
oproep
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van oproepen
- ... dat ik oproep.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.