oprisping

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • op·ris·ping
enkelvoud meervoud
naamwoord oprisping oprispingen
verkleinwoord oprispinkje oprispinkjes

Zelfstandig naamwoord

oprisping v

  1. het weer naar boven komen van iets dat ingeslikt was
    Doe Anneke haar slabbetje even om, er komt vast weer een oprisping!
  2. overdrachtelijk een onverwachte en onbedoelde uitspraak
    Met die oprisping zette hij veel kwaad bloed.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen