opportuun

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·por·tuun
stellend
onverbogen opportuun
verbogen opportune

Bijvoeglijk naamwoord

opportuun

  1. van pas komend, gelegen; vaak voorkomend in combinatie met "niet"
    Bij hoge rentestanden is de aankoop van een huis met een hoge hypotheek nauwelijks opportuun.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen