opportuun
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·por·tuun
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | opportuun |
| verbogen | opportune |
Bijvoeglijk naamwoord
opportuun
- van pas komend, gelegen; vaak voorkomend in combinatie met "niet"
- Bij hoge rentestanden is de aankoop van een huis met een hoge hypotheek nauwelijks opportuun.