oppoetsen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·poet·sen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| oppoetsen |
poetste op |
opgepoetst |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
oppoetsen
- (overgankelijk) iets door poetsen een betere aanblik geven
- De kurassen waren voor de heuglijke gelegendheid glimmend opgepoetst.
- (overgankelijk) overdrachtelijk iets een opknapbeurt geven
- Die cursus mag best best wel eens wat opgepoetst en gemoderniseerd worden.