opperen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·pe·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| opperen |
opperde |
geopperd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
opperen
- (overgankelijk) iets voorstellen
- Er werden allerlei bezwaren geopperd tegen zijn nieuw voorstel.