opname
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·na·me
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | opname | opnamen, opnames |
| verkleinwoord | opnametje | opnametjes |
Zelfstandig naamwoord
- de handeling of het proces van het opnemen.
- De opname van water in deze bodem is traag doordat er een vette kleilaag net onder het oppervlak ligt.
- een vastlegging van geluid op een geluidsdrager.
- Er is een prachtige opname van die sonate.
- (medisch) het toelaten van een patiënt in de zorg van een ziekenhuis.
- De opname van grootmoeder ging niet vlot door een gebrek aan personeel op de administratieve dienst.
- (medisch) de afdeling van een ziekenhuis die zich met het opnemen van patiënten bezighoudt.
- De wachtzaal van opname was overbevolkt met zieke mensen.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.