opname

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·na·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opname opnamen, opnames
verkleinwoord opnametje opnametjes

Zelfstandig naamwoord

opname v/m

  1. de handeling of het proces van het opnemen.
    De opname van water in deze bodem is traag doordat er een vette kleilaag net onder het oppervlak ligt.
  2. een vastlegging van geluid op een geluidsdrager.
    Er is een prachtige opname van die sonate.
  3. (medisch) het toelaten van een patiënt in de zorg van een ziekenhuis.
    De opname van grootmoeder ging niet vlot door een gebrek aan personeel op de administratieve dienst.
  4. (medisch) de afdeling van een ziekenhuis die zich met het opnemen van patiënten bezighoudt.
    De wachtzaal van opname was overbevolkt met zieke mensen.

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Andere talen