oplichterij
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·lich·te·rij
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van oplichten met het achtervoegsel -erij
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | oplichterij | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
oplichterij v
- bedrog waarbij men iemand geld of goed afhandig weet te maken
- Hij was betrokken in vele zaken met betrekking tot oplichterij, dus dat is niet iemand waar je zaken mee wilt doen.